De meeste businesscases voor aardgasvrij zijn niet te optimistisch omdat mensen slecht kunnen rekenen. Ze zijn te optimistisch omdat ze rekenen alsof de praktijk zich netjes aan het model houdt.

Elk jaar worden er in Nederland duizenden woningen aardgasvrij gemaakt. Elk jaar worden er businesscases gepresenteerd die laten zien dat de investering terugverdiend wordt, dat de energierekening daalt en dat de bewoner er uiteindelijk op vooruitgaat. En elk jaar zijn er bewoners, woningbouwverenigingen en gemeenten die constateren dat de werkelijkheid vaak anders uitpakt.

Dat is geen toeval en geen pech. Het is het gevolg van een systematische onderschatting van kosten die moeilijk te modelleren zijn, gecombineerd met een overschatting van prestaties die zijn ontleend aan ideale omstandigheden.


Wat er doorgaans wordt meegerekend

Een standaard businesscase is overzichtelijk. Investering erin, besparing eruit. Warmtepomp, isolatie, aanpassing van afgiftesysteem, subsidie eraf, en dan een terugverdientijd. Voor een presentatie aan bestuur, corporatie of bewoner is dat begrijpelijk. Niemand wil vijftig variabelen doorrekenen voordat er een besluit valt.

Maar precies daar ontstaat de vertekening. De businesscase is vaak niet onjuist, alleen te smal.

Waar de praktijk de rekensom openbreekt

De eerste onderschatting zit op de bouwplaats.

Daar komen de posten naar boven die in een model lastig zijn mee te nemen: verborgen leidingwerk, een zwaardere aansluiting, radiatoren die toch niet voldoen, extra aanpassingen in de meterkast, onverwachte bouwkundige ingrepen, uitloop in montage, herstelwerk, coordinatiekosten.

Dat zijn geen uitzonderingen. Dat zijn normale projectkosten in bestaande bouw. Wie die kosten pas ziet na het besluit, heeft geen businesscase gemaakt maar een optimistische aanname. De tweede fout: rekenen met keurige prestaties

Die tweede fout zit in de techniek zelf. Prestatiecijfers worden vaak ontleend aan genormeerde omstandigheden: nette buitentemperaturen, lage aanvoertemperaturen, ideale afgifte, goed ingeregelde installatie.

Maar woningen gedragen zich niet volgens testopstellingen. Een warmtepomp die op papier mooi presteert bij 35 graden aanvoer, gedraagt zich heel anders in een woning met radiatoren die 60 of 65 graden vragen. Bij koud weer zakt de prestatie juist wanneer de warmtevraag het hoogst is. De spreadsheet rekent met gemiddelden. De bewoner betaalt op piekmomenten. Dat verschil wordt structureel onderschat.

De derde fout: doen alsof vervanging later wel komt

Een businesscase van dertig jaar zonder serieus vervangingsmoment is geen businesscase maar een verkoopdocument. Elke techniek heeft onderhoud, slijtage, uitval of vervanging. Bij veel installaties wordt dat later wel benoemd, maar niet echt meegewogen in de initiële beslissing. Terwijl juist die latere kosten bepalen of een oplossing over de volle levensduur echt aantrekkelijk is.

De aanschafprijs krijgt de aandacht. De kosten in jaar vijftien verdwijnen uit beeld. Voor de bewoner verdwijnen ze niet.

De terugverdientijd klopt als de installatie presteert zoals in de brochure, nooit kapotgaat en de energieprijzen zich ontwikkelen zoals de aanname. Geen van die drie is gegarandeerd.

Isolatie is geen los blokje in de rekensom

Nog een structurele fout: isolatie wordt vaak behandeld als een aparte maatregel die ook nog helpt. Maar voor veel verwarmingstechnologie is isolatie geen bonus. Het is een voorwaarde voor de beloofde prestatie. Als die isolatie niet meteen wordt uitgevoerd, later komt, of minder effectief blijkt dan aangenomen, verandert ook de prestatie van de installatie zelf. Dan verandert dus niet alleen het warmteverlies van de woning, maar ook de logica van de hele investeringsberekening.

Veel businesscases presenteren die twee nog steeds als losse keuzes, terwijl ze in werkelijkheid aan elkaar vastzitten.

Wat een eerlijke businesscase wel doet

Een serieuze businesscase rekent niet met een keurig uitkomstgetal, maar met bandbreedtes. Niet met brochure-COPs, maar met prestaties onder werkelijke omstandigheden. Niet alleen met investering en subsidie, maar ook met onderhoud, vervanging, gebruiksprofiel en uitvoeringsrisico.

Dat levert een minder mooi plaatje op. Maar het levert wel een rekensom op die in jaar drie nog steeds herkenbaar is.

En dat is uiteindelijk de enige die telt.

De Kern

De vraag is niet of aardgasvrij rekenen mogelijk is. Natuurlijk is het mogelijk. De vraag is of je wilt rekenen om een besluit te rechtvaardigen, of om te weten waar je werkelijk aan begint. Dat zijn twee verschillende dingen.

DEI Technology maakt haalbaarheidsanalyses die niet uitgaan van brochureprestaties, maar van werkelijke prestatiecurves, vervangingsmomenten en volledige levensduurkosten.