Een Caldum-buffer dimensioneren voor een woning, een blok of een wijk — dit zijn de variabelen die ertoe doen.

Een van de eerste vragen die opdrachtgevers stellen als ze kennis maken met Caldum is: hoe groot is zo'n buffer eigenlijk? Het antwoord is: dat hangt af van de situatie. Maar 'dat hangt af' is geen bruikbaar antwoord als je een beslissing moet nemen. Hier zijn de variabelen die de dimensionering bepalen — en hoe ze zich tot elkaar verhouden.


Variabele 1: de warmtevraag

De basis van elke dimensionering is de jaarlijkse warmtevraag van het gebouw of de gebouwen die de buffer moet bedienen. Voor ruimteverwarming geldt: hoe beter geïsoleerd de woning, hoe lager de vraag. Een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning van 100 m² heeft een ruimteverwarmingsvraag van 2.000 tot 3.000 kWh per jaar. Een slecht geïsoleerde jaren-zeventigwoning van dezelfde grootte kan 8.000 tot 12.000 kWh per jaar vragen. Het verschil is een factor drie tot zes — en daarmee ook het verschil in benodigde buffercapaciteit.

Voor warm tapwater is de variatie kleiner: een gemiddeld huishouden gebruikt 2.500 tot 3.500 kWh per jaar, grotendeels onafhankelijk van het isolatieniveau van de woning.


Variabele 2: de PV-opbrengst en grid-backup

De buffer ontvangt alle stroom van de zonnepanelen direct — niet alleen het overschot — en wordt aangevuld met netstroom op daluren. De buffercapaciteit hoeft daarom niet de volledige jaarlijkse warmtevraag te dekken — de buffer moet voldoende capaciteit hebben om de periodes te overbruggen waarin PV en grid-backup samen minder leveren dan de warmtevraag.

Een berekening voor een nZEB-woning van 100 m² met 26 PV-panelen (10.700 Wp) laat zien dat een buffer van 3,6 tot 6 m³ — oftewel 900 tot 1.500 kWh opslagcapaciteit — voldoende is om met een systeemefficiëntie van 92–94% te draaien. De grid-backup als die nodig is bedraagt circa 1.500 tot 2.000 kWh per jaar — bij dynamisch tarief minder dan €150 per jaar.


Variabele 3: de energiedichtheid van het opslagmedium

Caldum 1 — de zoutbuffer voor waterverwarming — bereikt een energiedichtheid van circa 250 - 320 kWh per kubieke meter opslagmassa. Caldum 2 — de ertsbuffer voor hogere temperaturen — bereikt ook circa 320 kWh per kubieke meter.

Bij een benodigde buffercapaciteit van 1.600 kWh betekent dat een opslagmassa van circa 5 tot 7 kubieke meter. Met isolatiemantel en aansluitingen komt de totale installatie uit op een volume van ruwweg 6 tot 9 kubieke meter — vergelijkbaar met een grote schuurtje of een betonnen waterreservoir. Dat past in de meeste tuinen. Helemaal als hij wordt verzonken in de grond, of wordt opgenomen in de fundering.

 

Variabele 4: schaalvergroting naar wijk of blok

Caldum is modulair: meerdere eenheden kunnen worden gekoppeld tot een grotere installatie. Voor een blok van tien woningen met een gezamenlijke buffercapaciteitsbehoefte van 16.000 kWh is een centrale buffer een alternatief voor tien individuele buffers.

De afweging tussen individueel en collectief hangt af van de ruimtebeschikbaarheid, de eigendomsstructuur en de distributiekosten. Een centrale buffer heeft schaalvoordelen in materiaal en installatie, maar vereist een warmtedistributiesysteem naar de aangesloten woningen. DEI Technology dimensioneert Caldum op basis van de specifieke situatie van het project.