Blog

Abiotische methaanvorming en de herkomst van olie en gas
Een chemisch-geologische samenvatting met naslagbronnen Kernconclusie De aarde kan onder bepaalde omstandigheden abiotisch methaan en lichte koolwaterstoffen produceren. Vooral serpentinisatie van ultramafische gesteenten kan waterstof vormen, waarna CO2 of CO kan worden gereduceerd tot methaan. Dat maakt lokale abiotische gasvorming plausibel. Het verklaart echter niet automatisch de meeste commercieel winbare olie- en gasvelden. Die worden in de huidige petroleumgeologie veel beter verklaard door organisch materiaal in sedimentaire bronrotsen, gevolgd door begraving, rijping, migratie en afsluiting. Inhoud 1. De hypothese in het kort 2. Wat chemisch echt kan: abiotische koolwaterstoffen 3. Het mechanisme: van gesteente en water naar methaan 4. Vorming van ethaan, propaan en andere lichte koolwaterstoffen 5. Kan dit over miljoenen jaren winbare accumulaties vormen? 6. Waarom dit de meeste olievelden niet verklaart 7. Praktische conclusie 8. Vooruitblik: natuurlijke (geologische) water
6 juni 2026
Vijftig jaar zonder onderhoud
Een opslagsysteem dat na twintig jaar nog netjes in de tuin staat maar nog maar zestig procent van zijn oorspronkelijke capaciteit haalt, is niet duurzaam. Het is alleen nog niet kapot. Dat onderscheid wordt in energietechnologie structureel onderschat. Bij levensduur gaat het niet alleen om de vraag of een systeem nog functioneert. De echte vraag is: levert het na twintig, dertig of vijftig jaar nog ongeveer wat het bij oplevering beloofde? Bij veel opslagsystemen is dat niet vanzelfsprekend. Precies daar wordt het verschil gemaakt tussen een systeem dat technisch interessant is en een systeem dat economisch bruikbaar is. Wanneer een systeem niet kapot is, maar wel versleten Degradatie is geen spectaculaire storing. Er gaat niets roken, er valt niets uit, en er komt geen monteur aan te pas. Degradarie is het langzame proces waarbij een opslagmedium nog wel aanwezig is, maar steeds minder actief deelneemt aan het laad- en ontlaadproces. Bij bepaalde laagtemperatuursystemen met faseove
5 februari 2026
Hoe groot moet een thermische buffer zijn?
Een Caldum-buffer dimensioneren voor een woning, een blok of een wijk — dit zijn de variabelen die ertoe doen. Een van de eerste vragen die opdrachtgevers stellen als ze kennis maken met Caldum is: hoe groot is zo'n buffer eigenlijk? Het antwoord is: dat hangt af van de situatie. Maar 'dat hangt af' is geen bruikbaar antwoord als je een beslissing moet nemen. Hier zijn de variabelen die de dimensionering bepalen — en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Variabele 1: de warmtevraag De basis van elke dimensionering is de jaarlijkse warmtevraag van het gebouw of de gebouwen die de buffer moet bedienen. Voor ruimteverwarming geldt: hoe beter geïsoleerd de woning, hoe lager de vraag. Een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning van 100 m² heeft een ruimteverwarmingsvraag van 2.000 tot 3.000 kWh per jaar. Een slecht geïsoleerde jaren-zeventigwoning van dezelfde grootte kan 8.000 tot 12.000 kWh per jaar vragen. Het verschil is een factor drie tot zes — en daarmee ook het verschil in benodigde buffercap
29 januari 2026
Twee verschillende problemen
Seizoensopslag vs dagopslag Waarom een thuisbatterij geen seizoensopslagprobleem oplost — en waarom dat ertoe doet. In het publieke debat over energieopslag worden twee fundamenteel verschillende problemen regelmatig op één hoop gegooid: de dagelijkse mismatch tussen opwek en verbruik, en de seizoensmismatch tussen zomer en winter. Beide worden aangeduid als 'opslagprobleem'. Beide worden bestreden met 'batterijen'. Maar het zijn geen varianten van hetzelfde probleem — het zijn structureel andere vraagstukken, die structureel andere oplossingen vereisen. Het onderscheid begrijpen is niet alleen technisch relevant. Het bepaalt welke investeringen zin hebben, welke subsidietrajecten kansrijk zijn en welke bewoners en gebouweigenaren daadwerkelijk energieonafhankelijk kunnen worden. Het dagelijkse probleem: uren Een zonnepaneel op een zuidgericht dak produceert zijn piekstroom op een zomerse middag tussen 11.00 en 15.00 uur. De piekverbruiksperiode in een woning ligt 's ochtends vroeg en
1 oktober 2025
Deze blog is momenteel niet beschikbaar. Probeer de pagina te verversen of kom later terug. Sorry voor het ongemak.