De energietransitie wordt in beleid en modellen vaak bedacht vanuit nieuwbouw. De praktijk is een woning die er al staat.

De modellen kloppen. De rendementsberekeningen zijn correct. De terugverdientijden zijn realistisch. Maar dat geldt voor de woning waarvan in het model is uitgegaan — en die woning bestaat doorgaans niet.

Een groot deel van het Nederlandse woningbestand is gebouwd tussen 1945 en 1990. Spouwmuurisolatie ontbreekt of is gedeeltelijk aangebracht. Vloerisolatie is een uitzondering. Ramen zijn single of dubbel glas uit de jaren tachtig. De cv-installatie werkt op hoge aanvoertemperaturen — 70 tot 80 graden — omdat de radiatoren daar op zijn gedimensioneerd. Dit zijn de woningen die aardgasvrij moeten worden. Niet de goed geïsoleerde nieuwbouwwoning uit het prospectus van de warmtepomp-installateur.

Wat hoge aanvoertemperatuur betekent voor een warmtepomp

Een lucht-waterwarmtepomp functioneert het meest efficiënt bij lage aanvoertemperaturen. Bij 35 graden afgiftetemperatuur — geschikt voor vloerverwarming in een goed geïsoleerde woning — haalt een moderne lucht-waterwarmtepomp een COP van 4 of hoger: voor elke kilowattuur stroom levert hij 4 kilowattuur warmte.

Bij 60 graden aanvoertemperatuur — nodig voor de bestaande radiatoren in een matig geïsoleerde jaren-zestigwoning — daalt die COP naar 2 tot 2,5 onder gemiddelde omstandigheden. Bij -5 graden buiten, wanneer de warmtevraag het hoogst is, daalt hij verder. Het systeem werkt, maar levert minder dan de modellen op papier suggereren — en verbruikt meer stroom dan voorzien.

De bewoner betaalt het verschil. Niet als eenmalige tegenvallerrekening maar als structureel hogere energierekening over de gehele gebruiksduur.

De isolatieparadox

De voor de hand liggende oplossing is: eerst isoleren, dan de warmtepomp. Dat is technisch correct. Maar in de praktijk stuit het op meerdere obstakels.

Isoleren van een bewoonde woning is ingrijpend. Spouwmuurisolatie is relatief eenvoudig, maar binnengevelisolatie vergt dat bewoners tijdelijk elders verblijven en dat woonoppervlak verloren gaat. Vloerisolatie vereist dat de vloer wordt opgebroken. Dakisolatie van binnenuit slokt leefruimte op. Bewoners — zeker in de sociale huur — zijn niet altijd in staat of bereid om deze ingrepen te ondergaan, ook niet als ze worden gesubsidieerd.

Het gevolg is dat de volgorde in de praktijk niet altijd klopt: er wordt een warmtepomp geïnstalleerd in een woning die nog niet voldoende geïsoleerd is, met de belofte dat de isolatie later volgt. Die belofte wordt soms nagekomen. Soms niet. En intussen presteert het systeem onder de verwachting.

Wat anders kan

Een thermische buffer met regelbare afgiftetemperatuur van 30 tot 95 graden werkt in beide situaties: in de goed geïsoleerde woning met lage aanvoertemperatuur voor vloerverwarming, en in de bestaande woning met hoge aanvoertemperatuur voor de bestaande radiatoren. De aanpassing aan het isolatieniveau van de woning is een kwestie van instelling, niet van een andere installatie.

Dit heeft een praktisch voordeel dat in de beslissing over energietechnologie vaak onderbelicht blijft: isolatiemaatregelen kunnen op een natuurlijk moment worden uitgevoerd — bij een renovatie, bij verhuizing, bij een bouwkundige aanleiding — in plaats van als verplichte voorwaarde vooraf. De energie installatie hoeft daar niet op te wachten.

Caldum levert warmte op regelbare temperatuur van 30 tot 95°C — geschikt voor zowel goed geïsoleerde als bestaande woningen met radiatoren. De installatie past bij de woning zoals die er staat, zonder dat isolatiemaatregelen een voorwaarde zijn. DEI Technology zoekt proefpartners voor de eerste praktijkinstallaties.